ECLI:NL:RBDHA:2016:13092
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering kinderopvangtoeslag 2009 en bezwaarprocedure
Eiseres had voor 2009 kinderopvangtoeslag aangevraagd op basis van 172 opvanguren per maand per kind, terwijl zij feitelijk minder uren (circa 130) afnam. Verweerder kende voorschotten toe op basis van de opgegeven uren en stelde later de definitieve toeslag vast op een lager bedrag, met terugvordering van het teveel betaalde voorschot.
Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat verweerder haar ten onrechte niet heeft gehoord, dat de beslissing onzorgvuldig en niet gemotiveerd was en dat de redelijke termijn was overschreden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en er geen verplichting tot hoorzitting bestond.
De rechtbank benadrukte dat de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen geen mogelijkheid biedt om van terugvordering af te zien. Ook was de overschrijding van de beslistermijn niet relevant omdat eiseres geen ingebrekestelling had gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van kinderopvangtoeslag 2009 wordt ongegrond verklaard.