ECLI:NL:RVS:2017:1716
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag na bezwaar en beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over het jaar 2009 en de terugvordering van te veel betaalde voorschotten door de Belastingdienst/Toeslagen. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst, dat het recht op toeslag lager vaststelde dan het ontvangen voorschot, vanwege een verschil in het aantal opvanguren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende feiten had aangevoerd om aan te tonen dat de Belastingdienst onjuiste bedragen had vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat appellante geen recht had op hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
In hoger beroep klaagde appellante onder meer over de juistheid van de vastgestelde bedragen en het ontbreken van een hoorzitting. De Raad van State verwierp deze klachten, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de Belastingdienst onjuiste gegevens had gebruikt en het afzien van horen geoorloofd was.
Daarnaast verzocht appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar de Raad oordeelde dat de procedure binnen de redelijke termijn was gebleven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak dat de kinderopvangtoeslag terecht is vastgesteld en wijst het verzoek om schadevergoeding af.