ECLI:NL:RBDHA:2016:13216
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar bij machtiging voorlopig verblijf
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De aanvraag was ingediend door een referent namens eiseres. Na afwijzing van het primaire besluit en ongegrondverklaring van het bezwaar door verweerder, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht een vereiste is voordat beroep kan worden ingesteld. Het pro forma bezwaarschrift van de referent vermeldde niet dat het mede namens eiseres was ingediend, en ook het aanvullend bezwaarschrift maakte dit niet duidelijk. De rechtbank volgt het standpunt dat het ontbreken van bezwaar eiseres niet kan worden verweten, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is.
De gemachtigde van eiseres voerde aan dat het beroep mede namens de referent was ingesteld, maar dit werd niet onderbouwd en was onvoldoende om het bezwaarvereiste te omzeilen. De rechtbank wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een voorafgaand bezwaar.