ECLI:NL:RBDHA:2016:13288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid artikel 18 Dublinverordening bij ontbreken formele asielaanvraag in Duitsland
Eiseres heeft in Duitsland asiel aangevraagd, maar stelt dat zij geen formeel verzoek heeft ingediend, enkel vingerafdrukken voor veiligheidsonderzoek heeft laten afnemen. De Duitse autoriteiten erkenden na onderzoek hun verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag op basis van een claimakkoord, ondanks het ontbreken van een formeel verzoek.
De rechtbank overweegt dat de registratie in Eurodac met kenletter '1' als bewijs geldt van het indienen van een asielverzoek, waarbij het indienen vormvrij kan zijn en ook mondeling kenbaar kan worden gemaakt. Eiseres slaagt er niet in het tegendeel te bewijzen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur faalt omdat de situatie van eiseres verschilt van andere asielzoekers die geen formeel verzoek hebben ingediend.
Daarnaast faalt het beroep dat de Duitse asielprocedure systematische tekortkomingen kent die het interstatelijk vertrouwensbeginsel zouden schenden. De rechtbank acht de procedure in Duitsland binnen de Europese richtlijnen en verwijst naar het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland. Ook het beroep op artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening wegens afhankelijkheid van ouders wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag in Duitsland terecht wordt behandeld.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt terecht in Duitsland behandeld.