ECLI:NL:RBDHA:2016:13665
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoekster aan Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiseres, een Somalische vrouw die een asielaanvraag in Nederland had ingediend, werd op grond van de Dublinverordening overgedragen aan Duitsland, waar zij eerder een asielverzoek had ingediend. De staatssecretaris nam haar asielaanvraag niet in behandeling en verwees naar de verantwoordelijkheid van Duitsland. Eiseres voerde aan dat zij zwanger is van haar Nederlandse echtgenoot en dat de Duitse autoriteiten onvolledig waren geïnformeerd, waardoor het terugnameverzoek mogelijk niet geaccepteerd zou zijn.
De rechtbank stelde vast dat het huwelijk niet ter discussie stond, maar dat de Nederlandse echtgenoot geen gezinslid in de zin van de Dublinverordening is omdat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Artikel 9 van Pro de Dublinverordening was daarom niet van toepassing. Ook was er geen reden om op grond van artikel 17 de Pro asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken, omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren aangetoond. De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat sprake was van excessief formalisme en oordeelde dat de overdracht aan Duitsland niet onevenredig hard was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag op 16 augustus 2016.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht aan Duitsland wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.