ECLI:NL:RVS:2016:563
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. Van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat staatssecretaris terecht geen gebruik maakte van bevoegdheid asielaanvraag aan zich te trekken
De staatssecretaris wees op 10 juni 2015 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat hij terecht geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening om de asielaanvraag aan zich te trekken, ondanks dat Nederland niet verplicht was de aanvraag te behandelen. De staatssecretaris motiveerde dat de omstandigheden rond het gezinsleven van de vreemdeling slechts een beperkte rol spelen en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Oostenrijk onevenredig hard maken.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen. De waarborgen voor het familie- en gezinsleven zijn volgens de Dublinverordening geregeld in andere artikelen en de vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat medische zorg in Oostenrijk niet beschikbaar is. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.