ECLI:NL:RBDHA:2016:13850
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing verzoek uitbreiding fiscale eenheid omzetbelasting
Eiseres verzocht om uitbreiding van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting met een stichting, maar verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van verwevenheid. Eiseres maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. De rechtbank moest beoordelen of het bezwaar ontvankelijk was.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een beschikking waarbij de inspecteur daadwerkelijk twee of meer ondernemers als één ondernemer aanmerkt. Een afwijzing van een verzoek om uitbreiding is geen voor bezwaar vatbare beschikking. Daarom had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan eiseres wordt vergoed. De rechtbank volgde hiermee de lijn van de Hoge Raad dat de fiscale eenheid van rechtswege ontstaat indien aan de materiële voorwaarden wordt voldaan, zonder dat een beschikking vereist is.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot uitbreiding van de fiscale eenheid wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gegrond verklaard.