ECLI:NL:HR:2006:AV0408
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling fiscale eenheid voor omzetbelasting zonder beschikking
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1994-1998, inclusief een verhoging en boete. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond, verminderde de aanslag en boete, en oordeelde dat zonder beschikking geen fiscale eenheid bestond.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet vereist dat een beschikking van de inspecteur noodzakelijk is voor het bestaan van een fiscale eenheid. De Hoge Raad benadrukte dat de rechtszekerheid dient ter bescherming van belastingplichtigen tegen onverwachte fiscale eenheidstoepassingen vóór het moment van beschikking.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling, met inachtneming van de juiste uitleg dat een fiscale eenheid kan bestaan op grond van feitelijke nauwe verbondenheid, ook zonder beschikking. Tevens werden proceskosten en griffierechten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.