Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
5.De beslissing
2 november 2016.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, veroordeeld voor verduistering en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd gekregen, de Staat verzoekt de vervangende hechtenis te beëindigen of te schorsen. Eiser stelt dat hij onvoldoende middelen heeft om te betalen en dat detentie hem belemmert inkomen te genereren.
De rechtbank stelt vast dat de schadevergoedingsmaatregel onherroepelijk is en dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de inning uitvoert volgens het geldende beleid, waarbij betalingsregelingen slechts onder bijzondere omstandigheden worden toegestaan. Eiser heeft een betalingsregeling getroffen maar is daarna in gebreke gebleven.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van het CJIB niet onrechtmatig is en dat het feit dat eiser door detentie geen inkomen kan genereren voor zijn eigen risico komt. Maatwerk zoals bij gijzeling wegens verkeersboetes is hier niet van toepassing. Het verzoek tot beëindiging of schorsing van de hechtenis wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging of schorsing van de vervangende hechtenis af en bevestigt dat de Staat niet onrechtmatig handelt.