Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
V-nummer: [nummer]
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Op 18 april 2016 heeft het BMA een aanvullend advies uitgebracht, waarin geconcludeerd werd dat het BMA-advies van 14 maart 2016 gehandhaafd kan blijven.
De rechtbank stelt vast dat uit het door eiser overgelegde HCA-rapport blijkt dat onderzoek door middel van interviews, waarnemingen en inlichtingen is uitgevoerd in specifiek genoemde instellingen. In de brondocumenten die aan het BMA-advies ten grondslag liggen, zijn onder meer de instellingen NORK en het AVAN mental health center in Yerevan genoemd. Beide instellingen worden in het HCA report aangemerkt als instellingen die wat betreft intramurale behandelingen op het gebied van psychiatrische zorg onvoldoende niveau leveren. De rechtbank overweegt dat uit het BMA-advies volgt dat eisers behandeling in Nederland heeft bestaan uit gesprekken met een psychiater of psycholoog en dat eisers behandeling niet intramuraal heeft plaatsgevonden. Evenmin is gebleken dat in het verleden sprake is geweest van crisisinterventie ten behoeve van eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer in zijn land van herkomst, anders dan in Nederland het geval was, (uitsluitend) aangewezen zou zijn op intramurale behandeling. Dat het HCA de psychiatrische zorg in voornoemde instellingen als inadequaat heeft aangeduid, is derhalve voor eiser niet relevant. Daarbij komt dat uit de brondocumenten blijkt dat intramurale psychiatrische zorg ook beschikbaar is in het psychological-mental rehab departement at “ARTMED” in Yerevan. Deze instelling maakt geen deel uit van de door het HCA onderzochte instellingen. Van deze instelling kan derhalve niet op voorhand worden gesteld dat de daar verstrekte intramurale psychiatrische zorg als onvoldoende moet worden aangemerkt.