Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] ,
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
ProcesverloopBij besluit van 7 oktober 2016 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is bepaald dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en dat hem geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) wordt verleend. Voorts is aan eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaren opgelegd en dient hij Nederland onmiddellijk te verlaten.
De beoordeling
- een rapport van the US Department of State, ‘Country Report on Human Rights Practices 2015 – Kosovo’, van april 2016;
- de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem, van 7 september 2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:11685);
- een rapport van the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment, van 8 september 2016;
- de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474;
- de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 16 september 2016 (zaaknummer AWB 16/18946).