ECLI:NL:RVS:2016:2474
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing Albanië als veilig land van herkomst in asielprocedure
De vreemdelingen, vrouwen van Albanese nationaliteit en een lesbische relatie, vorderden een verblijfsvergunning asiel wegens hun seksuele gerichtheid. De staatssecretaris wees hun aanvragen af op grond van de aanwijzing van Albanië als veilig land van herkomst volgens artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond, hetgeen de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat de aanwijzing van Albanië als veilig land van herkomst een algemeen verbindend voorschrift is dat exceptief kan worden getoetst in individuele besluiten. De staatssecretaris heeft zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd dat Albanië voldoet aan de wettelijke vereisten, waaronder het ontbreken van vervolging en onmenselijke behandeling, en dat wet- en regelgeving worden toegepast. Dit is onderbouwd met objectieve en recente informatie van internationale bronnen.
Hoewel de vreemdelingen stelden dat LHBTI in Albanië niet veilig zijn en dat de situatie niet duurzaam is, concludeert de Afdeling dat individuele problemen en discriminatie niet leiden tot het ontbreken van een veilige situatie in algemene zin. De vreemdelingen hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat voor hen persoonlijk geen bescherming mogelijk is. De Afdeling benadrukt dat het individuele relaas van een vreemdeling altijd wordt onderzocht en dat een hoge drempel geldt om het rechtsvermoeden te weerleggen.
De Afdeling bevestigt dat de besluiten van de staatssecretaris rechtmatig zijn en dat de vreemdelingen geen verblijfsvergunning asiel krijgen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Deze uitspraak draagt bij aan de rechtseenheid en rechtsbescherming in asielzaken met betrekking tot veilige landen van herkomst.
Uitkomst: De aanwijzing van Albanië als veilig land van herkomst wordt bevestigd en het hoger beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard.