ECLI:NL:RBDHA:2016:14225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling crisisheffing en grondslag bonusuitkering 2011 in belastingaanslag 2012
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de crisisheffing die zij over 2012 heeft afgedragen, waarbij bonussen over 2011 die in 2012 zijn uitbetaald als grondslag zijn genomen. De rechtbank verwijst naar de arresten van de Hoge Raad van 29 januari 2016, waarin is bevestigd dat de crisisheffing een wettelijke grondslag heeft en niet discriminerend is.
De rechtbank stelt vast dat de bonussen op grond van artikel 13a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 in 2012 zijn genoten, omdat zij toen zijn uitbetaald. Het moment van het verrichten van de werkzaamheden in 2011 is niet relevant voor de heffing. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de crisisheffing een individuele buitensporige last vormt, ondanks dat deze 4,26% van de totale loonheffingen over 2012 bedraagt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het bezwaar af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 7 november 2016.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisisheffing wordt ongegrond verklaard en de heffing is terecht opgelegd.