ECLI:NL:RBDHA:2016:14343
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- E.E. Schotte
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vermogensrendementsheffing box 3 niet in strijd met EVRM; beroep deels gegrond wegens ontvankelijkheid navorderingsaanslag 2007
Eiser betwistte navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over meerdere jaren, waaronder 2001-2013, en stelde onder meer dat de box 3-heffing in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De rechtbank oordeelde dat de beroepen tegen de definitieve aanslagen 2001-2010 niet-ontvankelijk zijn wegens het ontbreken van bezwaar, waardoor deze aanslagen onherroepelijk zijn geworden.
Voor het jaar 2007 werd vastgesteld dat geen navorderingsaanslag was opgelegd, waardoor het bezwaar tegen die aanslag niet-ontvankelijk verklaard moest worden. De rechtbank bevestigde dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing voor 2012 en 2013 niet in strijd is met het EVRM, mede gelet op recente jurisprudentie van de Hoge Raad en onderzoek naar rendementen.
Verder werd geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de heffing tot een individuele buitensporige last leidt of dat sprake is van schending van het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel. De heffings- en belastingrente zijn terecht in rekening gebracht en het verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatige wetgeving werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van beperkte proceskosten.
Uitkomst: Beroep tegen navorderingsaanslag 2007 niet-ontvankelijk verklaard; overige beroepen ongegrond; box 3-heffing niet in strijd met EVRM.