ECLI:NL:RBDHA:2016:14344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.A. de Hek
- E.E. Schotte
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vermogensrendementsheffing box 3 niet in strijd met EVRM artikel 1 Eerste Protocol
Eiseres was rekeninghoudster van buitenlandse bankrekeningen die zij grotendeels niet had aangegeven, waarna de Belastingdienst navorderingsaanslagen oplegde over de jaren 2001 tot en met 2013. Eiseres stelde onder meer dat de vermogensrendementsheffing in box 3 in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat zij recht had op schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen tegen de definitieve aanslagen 2001-2011 niet-ontvankelijk zijn omdat geen bezwaar was gemaakt. Voor de jaren 2012 en 2013 is de box 3-heffing niet in strijd met het EVRM, omdat het forfaitaire rendement van 4% over een lange reeks jaren redelijk is en eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij een buitensporige last draagt.
Verder werd geoordeeld dat geen sprake is van schending van het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel, dat de heffings- en belastingrente terecht zijn berekend en dat het verlies op Argentijnse staatsobligaties niet in mindering kan worden gebracht op de box 3-heffing. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige wetgeving werd afgewezen. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van geringe proceskosten.
Uitkomst: Beroep over 2013 gegrond met correctie bronbelasting, overige beroepen niet-ontvankelijk of ongegrond.