ECLI:NL:RBDHA:2016:15133
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Plaatsing ambtenaar in lagere functie wegens ernstig plichtsverzuim niet onevenredig
Eiser was als directeur verantwoordelijk voor opdrachtgeverschap en budgetbeheer bij de gemeente Den Haag. Na een extern onderzoek naar mogelijke corruptie bij het stadsdeel werden ernstige tekortkomingen in zijn functioneren vastgesteld, waaronder het niet naleven van aanbestedingsregels, het onrechtmatig gebruik van een gemeentelijke scooter, het niet tijdig melden van zijn kandidaatstelling voor de gemeenteraad en het onjuist inzetten van medewerkers voor privéklussen.
Verweerder legde eiser een disciplinaire maatregel op bestaande uit voorwaardelijk ontslag met een proeftijd en overplaatsing in een lagere functie. Na bezwaar werd het voorwaardelijk ontslag ingetrokken, maar de overplaatsing en aangepaste bezoldiging gehandhaafd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig plichtsverzuim, waarbij hij onvoldoende alert was op de naleving van aanbestedingsregels en zijn verantwoordelijkheden als leidinggevende niet is nagekomen. De rechtbank vindt de opgelegde maatregel niet onevenredig, mede gelet op de aard en ernst van de tekortkomingen en de beperkte financiële gevolgen voor eiser.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 13 december 2016.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de disciplinaire maatregel van overplaatsing in een lagere functie blijft in stand.