ECLI:NL:CRVB:2012:BY4339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt voorwaardelijk strafontslag wegens onevenredigheid bij plichtsverzuim slingeren
Appellant, sinds 1992 werkzaam bij de politie, werd op 15 april 2009 met onmiddellijke ingang voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens plichtsverzuim, waaronder het gebruik van dienstvoertuigen als taxi voor collega’s ('slingeren') en vermeende grove omgangsvormen. De korpsbeheerder verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond, en de rechtbank Amsterdam bevestigde dit in haar uitspraak van 24 februari 2011.
In hoger beroep betoogde appellant dat de opgelegde sanctie disproportioneel was, omdat grove omgangsvormen niet waren vastgesteld en er geen sprake was van gezagsondermijnend gedrag. De Raad concludeerde dat het plichtsverzuim bestond uit slingeren, maar dat grove omgangsvormen onvoldoende waren bewezen. Het gebruik van dienstmiddelen voor privédoeleinden werd als plichtsverzuim aangemerkt, ook al was dit niet expliciet verboden.
De Raad oordeelde dat de sanctie van voorwaardelijk strafontslag niet in verhouding stond tot het bewezen plichtsverzuim en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De korpsbeheerder moet een nieuw besluit nemen. Tevens werd de korpsbeheerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot voorwaardelijk strafontslag wegens onevenredigheid en beveelt een nieuw besluit.