Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2016 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres ontving vanaf november 2012 een bijstandsuitkering in de vorm van een geldlening met een krediethypotheek, gebaseerd op een WOZ-waarde van €159.000. Na beëindiging van de uitkering in oktober 2013 vroeg zij in februari 2015 opnieuw bijstand aan. De gemeente kende haar opnieuw een uitkering toe, waarbij zij de eerdere WOZ-waarde hanteerde ondanks een lagere actuele WOZ-waarde van €145.000.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze berekening, stellende dat de gemeente bij de nieuwe aanvraag rekening had moeten houden met de actuele WOZ-waarde. De gemeente verwees naar beleidsregels die bepalen dat bij een onderbreking van minder dan twee jaar de laatst vastgestelde hypotheekwaarde wordt gehandhaafd.
De rechtbank overwoog dat het beleid van de gemeente in overeenstemming is met het geldende recht en de wetsgeschiedenis, waarbij het Besluit krediethypotheek bijstand tot 2004 eenzelfde termijn van twee jaar hanteerde. De rechtbank concludeerde dat de gemeente de WOZ-waarde uit 2012 terecht heeft gebruikt voor de berekening en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de berekening van de krediethypotheek wordt ongegrond verklaard en de eerdere WOZ-waarde blijft van toepassing.