Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 november 2016 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Herziening
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, directeur en 100% aandeelhouder van een Beheer BV, had pensioenrechten opgebouwd die door de Beheer BV eenzijdig werden verminderd vanwege financiële omstandigheden. De inspecteur rekende de volledige pensioenaanspraak tot het belastbaar inkomen, terwijl eiser slechts een deel daarvan wilde laten meetellen.
De rechtbank stelde vast dat niet werd voldaan aan de voorwaarden van het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 18 maart 2013, dat fiscaal onbelaste vermindering mogelijk maakt. Ook was niet aannemelijk dat de pensioenrechten niet meer voor verwezenlijking vatbaar waren, mede omdat de Beheer BV een vordering op eiser had die verrekend kon worden met de pensioenuitkeringen.
Daarmee was sprake van prijsgeven van de pensioenaanspraak in de zin van artikel 19b, eerste lid, letter c, van de Wet op de loonbelasting 1964, waardoor de volledige waarde van de aanspraak tot het belastbaar inkomen moest worden gerekend. De aanslag was daarom niet te hoog vastgesteld en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de volledige pensioenaanspraak tot het belastbaar inkomen moet worden gerekend.