ECLI:NL:RBDHA:2016:15781
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek specifieke zorgkosten wegens gebrek aan medische indicatie
Eiseres diende een aangifte inkomstenbelasting in met aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder pedicurekosten, kosten voor een ooglidcorrectie en extra kleding en beddengoed. Verweerder corrigeerde deze aftrekposten, omdat niet was aangetoond dat deze kosten medisch noodzakelijk waren.
Tijdens de zitting op 23 november 2016 stelde de rechtbank vast dat eiseres niet had voldaan aan haar bewijslast om aannemelijk te maken dat de pedicurekosten medisch geïndiceerd waren, aangezien geen medisch voorschrift of ander bewijs was overgelegd. Ook de ooglidcorrectie werd niet erkend als medische noodzaak, ondanks een verklaring van de huisarts, omdat niet was vastgesteld dat sprake was van ernstige psychische stoornis of lijden. De stelling van huidallergie en extreem droge huid voor extra kleding en beddengoed was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard omdat de kosten niet medisch geïndiceerd zijn aangetoond.