Eiser verbleef circa 189 dagen onrechtmatig in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) van PI Vught. Hij vorderde schadevergoeding van de Staat wegens lichamelijk letsel (bijziendheid), geestelijk letsel en ernstige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank oordeelde dat het onrechtmatig verblijf vaststaat, maar dat eiser onvoldoende concrete gegevens heeft aangevoerd om een oorzakelijk verband tussen het verblijf en zijn vermeende bijziendheid aan te tonen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat hij geestelijk letsel had opgelopen in de onrechtmatige periode.
Ten aanzien van de persoonlijke levenssfeer concludeerde de rechtbank dat het EBI-regime niet zodanig verschilde van het regime in PI Almere (GVM-regime) dat sprake was van een ernstige inbreuk die een immateriële schadevergoeding rechtvaardigt. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.