Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2016 in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [1973] , van Russische nationaliteit, eiser
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- nationaliteit en identiteit
- homoseksuele gerichtheid
- infectie met hiv (door verweerder genoteerd als “het hebben van HIV+”)
- geen of beperkte toegang tot medische zorg bij terugkeer in Rusland
structureleweigeringen of beperkingen, terwijl in het beleid, zoals neergelegd in paragraaf C2/3.2 van de Vc, onder ‘Risicogroepen’, is vermeld dat verweerder een bevolkingsgroep als risicogroep kan aanwijzen als blijkt dat vervolging van vreemdelingen behorend tot deze bevolkingsgroep in het land van herkomst veel voorkomt, dat het daarbij niet hoeft te gaan om systematische vormen van vervolging maar de vervolging ook een meer incidenteel karakter kan hebben en dat de vreemdeling die – zoals in dit geval – behoort tot een door verweerder aangemerkte risicogroep, met
geringe indicatiesaannemelijk kan maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot gegronde vrees voor vervolging [cursivering rechtbank]. Verweerder heeft ter zitting ook geen duidelijkheid verschaft over de vraag wanneer in zijn algemeenheid sprake van is van geringe indicaties en heeft ook geen handvatten of voorbeelden aangereikt op basis waarvan kan worden beoordeeld of een aspect door verweerder al dan niet terecht als geringe indicatie is aangemerkt. Verweerder heeft voorts zijn stelling, dat hiv-besmettingen in Rusland veel voorkomen, ook onder niet homoseksuelen, zodat niet automatisch een (stigmatiserende) link wordt gelegd met homoseksualiteit, verder niet (met bronnen) onderbouwd, zodat niet kan worden nagegaan waar dit op is gebaseerd. Gelet hierop vertoont het bestreden besluit in zoverre een gebrek.
Beslissing
- stelt verweerder in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.