ECLI:NL:RVS:2014:66
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen medische noodsituatie bij uitblijven behandeling vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen zijn uitzetting gegrond had verklaard. De vreemdeling had verzocht om uitstel van uitzetting op grond van medische gronden, waarbij het Bureau Medische Advisering (BMA) een advies uitbracht dat geen medische noodsituatie op korte termijn voorzag bij het uitblijven van behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het aanvullende medische rapport van de behandelend artsen had moeten voorleggen aan het BMA. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat dit rapport geen nieuwe feiten bevatte en dat het verschil van inzicht tussen het BMA en de artsen niet maakte dat het BMA-advies onzorgvuldig was.
De Raad van State overweegt dat het BMA-advies zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk is en dat het verschil van inzicht over het risico op een medische noodsituatie geen reden is om het advies te verwerpen. Ook de aanvullende brief van de behandelend artsen bevatte geen nieuwe medische gegevens. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Verder oordeelt de Raad dat de vreemdeling zich niet kan beroepen op de Terugkeerrichtlijn voor uitstel van vertrek, omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van uitstel van uitzetting blijft in stand.