ECLI:NL:RBDHA:2016:17207
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een procedure over een verklaring voor recht omtrent besluiten binnen een VvE. Het verzoek tot wraking was gebaseerd op de stelling dat de kantonrechter onpartijdigheid zou missen door administratieve fouten en het niet toepassen van hoor en wederhoor.
De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat het verzoekschrift administratief anders was ingeboekt dan door verzoeker bedoeld, onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen. Ook is niet gebleken dat de kantonrechter zelf verantwoordelijk was voor deze administratieve gang van zaken.
De kamer benadrukte dat de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak op 19 januari 2016 alle aspecten zal bespreken en hoor en wederhoor zal toepassen. Er zijn geen zwaarwegende aanwijzingen voor het ontbreken van onpartijdigheid of de schijn daarvan.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd het proces in de hoofdzaak voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.