ECLI:NL:RBDHA:2016:1855
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming bedrijfspand en nakoming koopovereenkomst bedrijfspand
In deze zaak vordert [A] de ontruiming van een bedrijfspand dat door [B] wordt gebruikt, stellende dat geen koopovereenkomst is gesloten en [B] zonder recht of titel het pand gebruikt. [B] betwist dit en stelt dat een koopovereenkomst is gesloten voor €400.000, waarbij de verstrekte lening als eerste betaling geldt en levering eind december 2015 zou plaatsvinden.
De voorzieningenrechter beoordeelt of voldoende aannemelijk is dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Uit de overgelegde kwitanties blijkt dat [B] meerdere betalingen heeft gedaan die als koopsom gelden, en dat levering gepland was. Ook is aannemelijk dat [B] het pand met instemming van [A] in gebruik heeft genomen en investeringen heeft gedaan.
De rechtbank concludeert dat de koopovereenkomst voldoende aannemelijk is en wijst de vordering tot ontruiming af. Tevens wordt [A] verboden het pand aan derden te leveren en veroordeeld tot medewerking aan de levering aan [B], met dwangsommen bij niet-nakoming. Proceskosten worden aan [A] opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en [A] wordt veroordeeld tot medewerking aan levering aan [B].