ECLI:NL:RBDHA:2016:1976
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen opname DNA-profiel wegens disproportionaliteit
Veroordeelde werd op 31 mei 2012 door de kinderrechter veroordeeld voor medeplegen van voorbereiding van een ontploffing met een vuurwerkbom, resulterend in een taakstraf van 80 uren, waarvan 40 voorwaardelijk. Op 2 november 2015 werd op grond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden celmateriaal van hem afgenomen om een DNA-profiel te bepalen.
Veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, stellende dat vanwege zijn jeugdige leeftijd en blanco strafblad de uitzonderingsbepaling van artikel 2 Wet Pro DNA van toepassing is. De officier van justitie stelde het bezwaar ongegrond, maar de rechtbank oordeelt anders.
De rechtbank overweegt dat het DNA-onderzoek niet van betekenis zal zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van veroordeelde, mede omdat het delict lang geleden is gepleegd, het een eenmalig incident betreft en geen recidivegevaar is gebleken. Daarom is het bepalen en opslaan van het DNA-profiel disproportioneel en wordt het bezwaar gegrond verklaard. De officier van justitie wordt bevolen het celmateriaal te vernietigen.
Uitkomst: Bezwaar tegen DNA-opname gegrond verklaard en celmateriaal vernietigd wegens disproportionaliteit.