ECLI:NL:RBDHA:2016:2195
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van procesrecht bij Wob-verzoek in WAHV-procedure
Eiser heeft een beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder waarin zijn bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard. Het bezwaar betrof de afhandeling van een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), dat verweerder als een verzoek in het kader van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) heeft aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat het Wob-verzoek door de gemachtigde van eiser is gebruikt om stukken te verkrijgen die ook via de WAHV-procedure beschikbaar zouden zijn, en dat het gebruik van het Wob-verzoek in deze context geen redelijk doel dient. Dit gebruik wordt aangemerkt als misbruik van recht, omdat het leidt tot onnodige complicaties en niet bruikbare informatieverstrekking.
Daarmee is ook het beroep niet-ontvankelijk, omdat het beroep onlosmakelijk verbonden is met het misbruik van het Wob-verzoek. De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af omdat niet is gebleken dat verweerder kosten heeft gemaakt. De uitspraak is gedaan door rechter Dop en griffier Leijten op 2 maart 2016.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van procesrecht bij het indienen van een Wob-verzoek in het kader van een WAHV-procedure.