ECLI:NL:RVS:2014:4129
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- D.A.C. Slump
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoeken over verkeersboete
Appellante verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van stukken over een aan haar opgelegde verkeersboete. De minister weigerde het verzoek te behandelen vanwege het ontbreken van een deugdelijke machtiging. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht, omdat appellante en haar gemachtigden een onredelijk grote hoeveelheid gestandaardiseerde Wob-verzoeken en ingebrekestellingen hadden ingediend met als doel dwangsommen te incasseren.
Appellante voerde aan dat zij niet mocht worden vereenzelvigd met haar gemachtigden en dat zij het recht had om Wob-verzoeken in te dienen zonder belang te hoeven stellen. De Afdeling oordeelde dat misbruik van recht kan worden aangenomen indien bevoegdheden worden gebruikt met kennelijk geen ander doel dan het schaden van het bestuursorgaan of het incasseren van dwangsommen. De procespraktijk van de gemachtigden, die op "no cure no pay" basis werkten, wees op kwade trouw.
De Afdeling bevestigde dat artikel 13 BW Pro, gelezen in samenhang met artikel 15 BW Pro, ook buiten het vermogensrecht geldt en een wettelijke grondslag biedt voor niet-ontvankelijkverklaring van beroepen wegens misbruik van recht. De beperking van het recht op toegang tot de rechter is proportioneel en niet in strijd met artikel 6 EVRM Pro of artikel 47 Handvest Pro. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.