ECLI:NL:RBDHA:2016:2273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning op grond van onvoldoende inzicht in beoordeling seksuele geaardheid
Eiser, een asielzoeker van Nigerese nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend met als grond dat hij homoseksueel is, slachtoffer is van misbruik door zijn oom en zich heeft bekeerd tot het christendom. Na eerdere afwijzingen en rechtszaken diende hij in 2013 een nieuwe aanvraag in die door verweerder werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid en kennelijke ongegrondheid.
De rechtbank oordeelt dat na eerdere procedures en een relevante wijziging in het beleid de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid opnieuw moet worden getoetst. Verweerder heeft een werkinstructie 2015/9 opgesteld die de beoordeling zou moeten structureren, mede gebaseerd op overleg met het COC en wetenschappelijke bronnen.
De rechtbank stelt echter vast dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de totstandkoming van deze werkinstructie, de gebruikte onderzoekssystematiek en de wijze van weging van verklaringen. De thema’s zijn algemeen geformuleerd en niet concreet onderbouwd, waardoor toetsing door de bestuursrechter niet effectief mogelijk is.
Daarom is het bestreden besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De proceskosten worden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende inzicht en motivering in de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele geaardheid als asielmotief.