ECLI:NL:RBDHA:2016:2379
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Pakistaanse christen wegens onvoldoende individuele vrees voor vervolging
Eiser, een Pakistaanse christen, vroeg asiel aan in Nederland na bedreigingen en mishandelingen door moslimmannen vanwege zijn evangelisatiewerk, en na de dood van zijn vader door een aanval. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid, omdat de verklaringen van eiser over zijn situatie en de incidenten tegenstrijdig en ongeloofwaardig werden bevonden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de situatie van christenen in Pakistan als risicogroep wordt erkend, eiser niet voldeed aan het vereiste van individuele beoordeling. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zelf een reëel risico loopt op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer.
De rechtbank motiveerde dit met het wisselende relaas van eiser over het uitdelen van folders, het aantal ontmoetingen met moslimmannen, en de aard en timing van de aanvallen. Ook achtte de rechtbank het ongeloofwaardig dat eiser geen folders kon meenemen omdat hij gevlucht zou zijn, terwijl hij eerst naar Nederland kwam voor een conferentie.
Gelet hierop verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.