ECLI:NL:RBDHA:2016:263
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid eigen werk
Eiser, die zich ziek meldde vanwege psychische klachten, ontving aanvankelijk een WW-uitkering. Na het einde van de wachttijd werd hem geen WIA-uitkering toegekend omdat zijn verdiencapaciteit minder dan 35% was verminderd. Hij meldde zich opnieuw ziek met verergerde klachten en vroeg om een Ziektewet-uitkering. Verweerder kende deze niet toe omdat eiser geschikt werd geacht voor zijn eigen werk, vastgesteld via medisch onderzoek.
Eiser stelde dat zijn situatie was verslechterd, onderbouwd met een rapport van zijn psychiater, en dat hij daarom recht had op ZW-uitkering. De rechtbank overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, die geen significante toename van beperkingen konden objectiveren. De medische stukken en het begeleidingsplan boden geen onderbouwing voor toegenomen arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank concludeerde dat eiser per de datum in geding geschikt was voor zijn eigen werk en dat de beëindiging van de ZW-uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.