ECLI:NL:RBDHA:2016:264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser is sinds december 2012 arbeidsongeschikt vanwege rug- en schouderklachten en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid volgens hun medische en arbeidsdeskundige beoordeling minder dan 35% bedraagt.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) beoordeeld en geen onzorgvuldigheden vastgesteld. De arbeidsdeskundige heeft passende functies geduid die eiser kan verrichten, wat leidt tot een verlies aan verdiencapaciteit van 21,18%.
Eiser voerde aan dat hij meer beperkingen heeft, ook psychisch, en niet in staat is de voorgestelde functies te vervullen. De rechtbank achtte deze stellingen onvoldoende onderbouwd en volgde het oordeel van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de weigering van de WIA-uitkering bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens een verlies aan verdiencapaciteit van 21,18%.