Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de Minister van Economische Zaken, verweerder
[bedrijf A], te [plaats 1] , vergunninghoudster
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft het beroep van eiseres tegen de omgevingsvergunning die aan vergunninghoudster is verleend voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting voor aardgaswinning, waaronder de plaatsing van een mobiele compressorunit met luchtkoeler en een transformatorhuis.
Eiseres betoogde onder meer dat de geluidbelasting door de compressorunit de richtwaarden voor een rustige woonwijk overschrijdt, dat geluidwerende voorzieningen noodzakelijk zijn, dat de plaatsing ruimtelijk onverantwoord is binnen de 500 meter-grens van de VNG-brochure en dat zij mocht vertrouwen op het niet bovengronds bouwen van installaties.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de geluidbelasting voldoet aan de geldende normen, dat de omgeving terecht als rustige woonwijk is aangemerkt gezien de nabijheid van drukke wegen, en dat geen sprake is van tonaal geluid. Ook is de overschrijding van de maximale bouwhoogte van 3 meter naar 4 meter toegestaan op grond van artikel 2.12 Wabo, omdat het een bovengrondse bedrijfsvoering betreft en geen onevenredige hinder of schade oplevert.
De rechtbank concludeert dat de vergunning terecht is verleend, het beroep ongegrond is en dat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.