Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2016 in de zaak tussen
[B.V.B.A. X], eiseres
de minister van Infrastructuur en Milieu, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
23 maart 2016.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een binnenvaartonderneming, werd door verweerder een boete van €3.700,- opgelegd en een bevel tot staking van arbeid opgelegd voor twee bemanningsleden vanwege overtredingen van de Binnenvaartwet, waaronder bemanningstekort en onvoldoende rusttijden. Eiseres voerde aan dat sprake was van een verkeerde classificatie van de exploitatiewijze, dat de rusttijden wel waren nageleefd, en dat de boete en het stakingsbevel disproportioneel waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht was uitgegaan van exploitatiewijze B, zoals vermeld in het vaartijdenboek en bevestigd door de gezagvoerder. Er was daadwerkelijk sprake van een tekort aan bemanning volgens het Reglement betreffende het Scheepvaartspersoneel op de Rijn (RSP). De rusttijden waren onvoldoende omdat de ononderbroken rusttijd van acht uur buiten de vaartijd niet was gehaald. De stakingsbevel was niet onrechtmatig of disproportioneel, en de belangenafweging was adequaat.
De rechtbank verwierp ook het betoog dat eiseres niet als werkgever kon worden aangemerkt en dat de besluiten niet aan haar waren gericht. De beroepen werden ongegrond verklaard en de boete en het stakingsbevel werden gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de boete en het stakingsbesluit worden ongegrond verklaard en de besluiten worden gehandhaafd.