ECLI:NL:RBDHA:2016:3212
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nieuw asielmotief homoseksualiteit in beroepsprocedure vreemdelingenrecht
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die werd afgewezen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst. In beroep bracht eiser een nieuw asielmotief aan, namelijk zijn homoseksuele gerichtheid, dat niet was genoemd in de oorspronkelijke aanvraag. De rechtbank overwoog dat de toetsing van nieuwe asielmotieven die geen verband houden met het oorspronkelijke asielrelaas niet verplicht is in de lopende beroepsprocedure, maar eerst in een nieuwe aanvraag beoordeeld kan worden.
De rechtbank baseerde dit op artikel 83 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en Richtlijn 2013/32/EU, waarbij het ex nunc onderzoek niet vereist dat nieuwe, niet eerder aangevoerde motieven in beroep worden meegenomen. De procedurele autonomie van lidstaten en de praktische overwegingen uit de Memorie van Antwoord ondersteunen dit standpunt. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn verblijf in een bepaalde plaats en zijn beweringen over bedreigingen door stiefbroers niet aannemelijk waren.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning. Tevens wees zij het verzoek om nader onderzoek naar medische klachten af, aangezien dit niet langer werd gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 10 maart 2016.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen.