Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 maart 2016 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
[persoon D] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres trad in 2008 en 2009 op als hoofdaannemer bij de bouw van een brede school en bracht facturen uit met de vermelding 'BTW verlegd'. Verweerder legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij meende dat de verleggingsregeling ten onrechte was toegepast.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gemeente Strijen bij de bouw als eigenbouwer was opgetreden, wat de toepassing van de verleggingsregeling zou rechtvaardigen. Eiseres stelde dat de gemeente de algehele leiding had en als ondernemer handelde, terwijl verweerder stelde dat de gemeente als opdrachtgever en overheid handelde.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast voor het juist toepassen van de verleggingsregeling bij eiseres lag. Uit de stukken en notulen bleek dat de gemeente niet de feitelijke leiding had en dat het toezicht en de bouwvergaderingen vooral door de architect en een ingehuurde ingenieur werden geleid. De gemeente trad niet als ondernemer op en de bouw viel niet onder haar normale bedrijfsuitoefening.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de verleggingsregeling ten onrechte was toegepast en dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.