Uitspraak
Beëindiging gezag
Beschikking op het op 18 december 2015 ingekomen verzoek van:
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
[moeder]
[grootmoeder]
gevestigd te Leiden.
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind te beëindigen en een gecertificeerde instelling als voogd te benoemen. De minderjarige verblijft sinds 2012 bij zijn grootmoeder vanwege huiselijk geweld en problematisch gedrag van de moeder, waaronder alcohol- en drugsgebruik.
Hoewel de moeder recent positieve ontwikkelingen doormaakt, waaronder een stabiele relatie en werk, oordeelt de rechtbank dat zij nog niet in staat is binnen een aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding van het kind op zich te nemen. De moeder erkent zelf dat zij het kind niet kan verzorgen en stemt in met de plaatsing bij de grootmoeder.
De rechtbank weegt het belang van stabiliteit en duidelijkheid voor het kind zwaarder dan het belang van de moeder om het gezag te behouden. Daarom wordt het gezag beëindigd en wordt de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd, zodat beslissingen neutraal genomen kunnen worden. De grootmoeder kan op termijn voogd worden indien de situatie stabiel blijft.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de moeder wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling wordt benoemd tot voogd over de minderjarige.