ECLI:NL:RBOVE:2015:2652
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag bij pleegzorgsituatie
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om het ouderlijk gezag van moeder over haar kind [R] te beëindigen en de voogdij toe te wijzen aan Stichting Jeugdbescherming Overijssel (JBO). [R] verblijft sinds 2013 in een pleeggezin vanwege ernstige ontwikkelingsproblemen en hechtingsproblematiek. Moeder oefent het gezag uit en werkt goed samen met pleegouders en hulpverlening.
De Raad betoogde dat moeder onvoldoende emotionele opvoedvaardigheden heeft en dat het kind stabiliteit en duidelijkheid nodig heeft, waarvoor het pleeggezin het beste perspectief biedt. Moeder en vader verzetten zich tegen het verzoek, stellende dat moeder positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en het gezag niet moet worden beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat het kind niet ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd binnen de huidige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Moeder werkt constructief mee, misbruikt het gezag niet en is beschikbaar voor de jeugdbeschermer. De rechtbank achtte het belang van het kind gediend met behoud van het gezag bij moeder, mede vanwege het belang van betrokkenheid en continuïteit.
De rechtbank concludeerde dat beëindiging van het gezag niet gerechtvaardigd is en dat verlenging van de ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing met instemming van moeder passend is. Het verzoek van de Raad werd daarom afgewezen. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag wordt afgewezen en het gezag blijft bij moeder.