ECLI:NL:RBDHA:2016:3998
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tj. Gerbranda
- M. van der Linde
- A.B. Terlouw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ne bis in idem en nieuwe elementen bij opvolgende asielaanvragen
Eisers, broers van Palestijnse herkomst en staatloos, dienden meerdere asielaanvragen in die telkens werden afgewezen. De rechtbank beoordeelde of de aanvragen van 18 september 2015 terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard omdat geen nieuwe elementen of bevindingen waren aangevoerd.
De rechtbank analyseerde het begrip 'nieuwe elementen of bevindingen' uit artikel 40 van Pro Richtlijn 2013/32 en concludeerde dat dit begrip strikt moet worden uitgelegd en niet gelijkgesteld kan worden aan het nationaalrechtelijke begrip 'nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden'. Het begrip omvat zowel nieuw ontstane elementen als reeds bestaande, maar eerder niet naar voren gebrachte feiten, mits de verzoeker kan onderbouwen waarom deze niet eerder zijn ingebracht.
De rechtbank stelde vast dat eisers geen geldige verklaring hadden gegeven waarom zij nieuwe feiten en stukken niet eerder hadden overgelegd, behalve een recent Palestijns reisdocument dat geen aanleiding gaf tot hernieuwde beoordeling. Ook was er geen relevante wijziging in het toepasselijke recht. Daarom was geen plaats voor inhoudelijke toetsing van de nieuwe aanvragen.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt het ne bis in idem-beginsel in asielprocedures en verduidelijkt de uitleg van nieuwe elementen in opvolgende verzoeken.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard.