Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] , eiseres
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres heeft op 3 mei 2018 opnieuw een asielaanvraag ingediend, waarin zij zich – net als in de voorgaande asielprocedure – beroept op haar gestelde lesbische geaardheid. Eiseres heeft ter nadere onderbouwing van haar geaardheid ongedateerde foto’s overgelegd van haar en haar gestelde partner, [naam 2] , een ongedateerde foto van een handgeschreven ongedateerd briefje van [naam 2] , alsmede twee verklaringen van het COC Leiden, geschreven door mevrouw [naam 3] (van 17 november 2017) en de heer [naam 4] (van 12 december 2017). Verweerder stelt zich ten aanzien van de overgelegde stukken en aangevoerde omstandigheden op het standpunt dat geen sprake is van nieuwe relevante elementen of bevindingen, en heeft de opvolgende asielaanvraag van eiseres daarom niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw.