ECLI:NL:RBDHA:2016:4270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij doorprocederen a-status
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie waarbij aan haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens de zitting op 14 maart 2016 heeft eiseres aangevoerd dat zij wel procesbelang heeft omdat de jurisprudentie over doorprocederen in asielzaken onder Richtlijn 2013/32/EU niet langer van toepassing zou zijn.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie alleen beroep kan worden ingesteld indien er een belang is om in een gunstiger rechtspositie te komen. Omdat eiseres reeds een verblijfsvergunning heeft, ontbreekt dit belang zolang de vergunning geldig is. Een belang kan pas ontstaan bij intrekking of niet-verlenging van de vergunning. De rechtbank ziet in de Procedurerichtlijn geen aanleiding voor een ander oordeel, mede omdat de verleende subsidiaire beschermingsstatus dezelfde rechten biedt als de vluchtelingenstatus.
De beperkte motivering van de afwijzing van de a-grond in het bestreden besluit verandert niets aan de materiële rechtspositie van eiseres. Daarom heeft eiseres geen belang bij het beroep en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang bij doorprocederen van de a-status.