ECLI:NL:RBDHA:2016:4389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens verborgen gebreken en te hoge aankoopprijs
Eiser kocht op 26 december 2013 een woning voor €276.000. Bij beschikking van 28 februari 2015 stelde verweerder de WOZ-waarde van deze woning op 1 januari 2014 eveneens vast op €276.000. Eiser maakte bezwaar omdat hij meende dat de betaalde prijs te hoog was door verborgen gebreken, waaronder grote scheuren in muren, die hij pas na aankoop ontdekte. Hij stelde een lagere waarde van €233.000 voor, onderbouwd met foto’s en verwijzing naar de waarde van vergelijkbare woningen.
Verweerder baseerde zich op de eigen aankoopprijs en een door eiser ingevuld inlichtingenformulier waarin geen waardeverminderende omstandigheden waren aangegeven. De rechtbank achtte het formulier niet beslissend omdat het niet bedoeld is voor WOZ-bepaling en niet door een deskundige was ingevuld. De rechtbank oordeelde dat eiser aannemelijk had gemaakt dat hij te veel had betaald vanwege de verborgen gebreken, waardoor de koopsom niet de werkelijke waarde weerspiegelt.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de door eiser voorgestelde waarde van €233.000, omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat andere vergelijkbare woningen lager waren gewaardeerd of dat verweerder een begunstigend beleid voerde. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs van beide partijen stelde de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €255.000, rekening houdend met het waardedrukkend effect van de gebreken.
Het beroep werd gegrond verklaard, de beschikking gewijzigd, de aanslagen OZB en rioolheffing verlaagd en verweerder veroordeeld in de proceskosten van €992. Tevens werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €45 aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd van €276.000 naar €255.000 wegens verborgen gebreken en te hoge aankoopprijs.