ECLI:NL:RBDHA:2016:4838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Motiveringsgebrek bij oplegging vrijheidsontnemende maatregel zonder rekening te houden met medische omstandigheden
Eiser, een Iraakse asielzoeker, werd op 7 maart 2016 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Hij stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke en medische omstandigheden, waaronder een hoge bloeddruk.
De rechtbank oordeelde dat er geen schending van het verdedigingsbeginsel had plaatsgevonden, omdat eiser de gelegenheid had gekregen om bijzondere omstandigheden aan te voeren. Echter, het besluit tot oplegging van de maatregel bevatte geen motivering waarom geen lichter middel werd toegepast, noch werd gerefereerd aan de medische situatie van eiser.
Verweerder kon het motiveringsgebrek niet herstellen met een beroep op het arrest M.G. en N.R., aangezien dit arrest alleen ziet op schending van het verdedigingsbeginsel en niet op motiveringsgebreken. De rechtbank stelde vast dat het besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel van artikel 3:46 Awb Pro.
Als gevolg hiervan werd het beroep gegrond verklaard en werd eiser een schadevergoeding toegekend van €640,-- voor de periode dat hij ten onrechte aan de maatregel was onderworpen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek en eiser krijgt een schadevergoeding van €640,-- toegekend.