ECLI:NL:RBDHA:2016:4917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duurzaam verblijf voor burger van de Unie wegens onvoldoende bestaansmiddelen
Eiseres, een Franse burger, verzocht om een document voor duurzaam verblijf als burger van de Unie en haar familieleden. Haar aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat zij niet beschikte over voldoende middelen van bestaan, een vereiste op grond van artikel 9, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres werd indirect onderhouden door haar ex-echtgenoot die een bijstandsuitkering ontving.
De rechtbank overwoog dat het doel van de eis van voldoende bestaansmiddelen is om de overheidsfinanciën te beschermen, zoals bevestigd in het arrest Singh van het Hof van Justitie van de EU. Hoewel eiseres niet rechtstreeks een beroep deed op publieke middelen, was zij indirect geheel afhankelijk van een bijstandsuitkering, wat niet is toegestaan.
Eiseres voerde aan dat de herkomst van de middelen niet van belang is en verwees naar jurisprudentie, maar de rechtbank vond deze niet van toepassing op haar situatie. Daarnaast wees de rechtbank het beroep af op grond van artikel 8 EVRM Pro omdat hiervoor een aparte procedure vereist is.
Hoewel verweerder enige vertraging had in de procedure, was dit niet zodanig dat eiseres in haar belangen werd geschaad. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de weigering van het duurzaam verblijfdocument bevestigd.