ECLI:NL:RVS:2014:3755
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schijnhuwelijk en weigering rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris wees op 12 februari 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af, omdat sprake was van een schijnhuwelijk. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de staatssecretaris de hoorplicht had geschonden door de vreemdeling en zijn partner niet te horen.
De Raad van State oordeelde dat het huwelijk inderdaad een schijnhuwelijk was en dat latere ontwikkelingen geen invloed hebben op die beoordeling. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de hoorplicht was geschonden, omdat de getuigenverklaringen van na het bezwaarbesluit niet konden worden betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank.
Verder stelde de vreemdeling dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro over het recht op familie- en gezinsleven, maar de Raad stelde dat de aanvraag op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 9 alleen Pro het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan bevestigt en dat een aparte aanvraag nodig is voor een beoordeling op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Het hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, dat van de staatssecretaris gegrond, en het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en dat van de staatssecretaris gegrond; het beroep bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.