ECLI:NL:RBDHA:2016:5017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens onevenredige hardheid Dublinverordening
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning die door de staatssecretaris werd afgewezen met verwijzing naar Duitsland als verantwoordelijke lidstaat op grond van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte geen toepassing gaf aan artikel 16 en Pro geen gebruik maakte van de discretionaire bevoegdheid in artikel 17 van Pro de Dublinverordening, mede vanwege de zorgwekkende situatie van zijn broer die in Nederland verblijft en afhankelijk is van eiser voor psychische en praktische ondersteuning.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende afhankelijkheid aantoonde onder artikel 16, maar dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid onder artikel 17. De medische verklaringen en brieven toonden aan dat de aanwezigheid van eiser essentieel is voor het welzijn van zijn broer, wat een bijzondere individuele omstandigheid vormt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarbij verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-inbehandelingneming wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering omtrent bijzondere omstandigheden.