ECLI:NL:RBDHA:2016:5098
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot heraanbesteding cateringdiensten Belastingdienst wegens gebrek aan belang
De zaak betreft een kort geding tussen Compass Group Nederland B.V. en de Staat der Nederlanden over een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor cateringdiensten voor de Belastingdienst. Compass was als vijfde geëindigd en stelde dat de Staat onrechtmatig handelde door een geschiktheidseis te schrappen en daarmee de aanbestedingsprocedure voort te zetten zonder een nieuwe aanbesteding te starten.
Compass betoogde dat het schrappen van de geschiktheidseis een wezenlijke wijziging van de opdracht betekende, waardoor een nieuwe aanbestedingsprocedure noodzakelijk was. De Staat en Vitam voerden verweer dat Compass geen belang had bij haar vordering.
De rechtbank oordeelde dat Compass haar positie als vijfde niet had betwist en ook de gunningscriteria niet ter discussie had gesteld. Hierdoor was niet aannemelijk dat een heraanbesteding tot een gunstigere positie voor Compass zou leiden. Daarom werd de vordering afgewezen en werd Compass veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende belang bij het instellen van een rechtsvordering en bevestigt dat een wijziging in de aanbestedingsprocedure niet automatisch leidt tot een recht op heraanbesteding zonder aantoonbaar belang.
Uitkomst: De vordering tot heraanbesteding wordt afgewezen wegens gebrek aan belang van eiseres.