Op 23 januari 2016 vond in Leiden een vechtpartij plaats waarbij het slachtoffer een gebroken linkeronderkaak opliep. De verdachte en een medeverdachte hebben het slachtoffer meermalen geslagen en geschopt terwijl hij op de grond lag. De rechtbank acht bewezen dat verdachte medepleger is van zware mishandeling met voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte handelde uit zelfverdediging nadat hij door het slachtoffer bij de keel werd gegrepen. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen omdat de aanranding niet meer voortduurde toen verdachte geweld gebruikte. Ook een beroep op noodweerexces werd afgewezen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, het letsel van het slachtoffer, de eerdere veroordeling van verdachte en diens jonge leeftijd. De straf werd vastgesteld op 68 dagen gevangenisstraf waarvan 30 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 80 uur. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €4.108,19 aan het slachtoffer.
De rechtbank wees de vordering tot schadevergoeding toe, inclusief immateriële schade en wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. De verdachte werd tevens veroordeeld tot betaling aan de Staat van dit bedrag ten behoeve van het slachtoffer. De bijzondere voorwaarden zoals het volgen van een training alcohol en geweld werden opgelegd onder toezicht van de reclassering.