ECLI:NL:RBDHA:2016:573

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 januari 2016
Publicatiedatum
22 januari 2016
Zaaknummer
C/09/501237 / KG ZA 15-1869
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 444 RvArt. 555 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedaagden veroordeeld tot ontruiming onroerende zaak binnen 24 uur

In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagden de onroerende zaak aan een adres te een woonplaats verlaten. Gedaagden zijn opgeroepen maar verschenen niet, waarna verstek tegen hen is verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering van eiser niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. De vordering tot een machtiging om zelf de ontruiming uit te voeren wordt afgewezen omdat de deurwaarder reeds bevoegd is tot executie van het vonnis. Wel wordt toegestaan dat het vonnis tot een half jaar na uitspreking herhaaldelijk kan worden uitgevoerd tegen iedereen die zich zonder recht of titel in het pand bevindt.

Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot ontruiming binnen 24 uur na betekening, inclusief het afgeven van sleutels, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de wettelijke rente wordt bij gebreke van tijdige betaling vanaf 14 dagen na het vonnis verschuldigd.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld om binnen 24 uur de onroerende zaak te verlaten en het vonnis kan tot een half jaar herhaaldelijk worden uitgevoerd.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/501237 / KG ZA 15-1869
Vonnis in kort geding van 22 januari 2016
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. N.C. van Eck te Alphen aan den Rijn,
tegen:

1.[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
zij die verblijven in de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] of een gedeelte daarvan,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

./. 1.1. Eiser heeft de dagvaarding doen uitbrengen overeenkomstig de aangehechte kopie en heeft ter zitting van 20 januari 2016 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
Gedaagden zijn behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij zijn daar niet verschenen. Tegen gedaagden is verstek verleend.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
De vordering komt de voorzieningenrechter noch onrechtmatig noch ongegrond voor en wordt daarom – op de wijze zoals hierna vermeld – toegewezen.
2.2.
Bij een machtiging om de ontruiming (zelf) uit te voeren heeft eiser geen belang, zodat de daartoe strekkende vordering zal worden afgewezen. De deurwaarder heeft immers de bevoegdheid om tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming over te gaan op grond van de artikelen 555 en volgende in verbinding met artikel 444 Rv Pro. De vordering om het vonnis binnen een half jaar ten uitvoer te leggen jegens een ieder is wel toewijsbaar, aangezien die vordering een wettelijke grondslag heeft en niet is weersproken.
2.3.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt gedaagden om de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] , kadastraal bekend gemeente [woonplaats] , [nummer] , binnen vierentwintig uur na de betekening van dit vonnis met al het hunne en de hunnen te verlaten, te ontruimen en ontruimd te houden en ter algehele vrije beschikking van eiser te stellen, onder afgifte van de sleutels die toegang tot het pand verschaffen;
3.2.
bepaalt dat dit vonnis tot een half jaar na het uitspreken ervan herhaald ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging zonder recht of titel in de onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet;
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van eiser begroot op € 910,82, waarvan € 527,-- aan salaris advocaat, € 288,-- aan griffierecht en € 95,82 aan dagvaardingskosten;
3.4.
bepaalt dat gedaagden hoofdelijk bij gebreke van tijdige betaling vanaf 14 dagen na dit vonnis de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zijn;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2016.