ECLI:NL:RBDHA:2016:5828
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering homologatie akkoord wegens aanmerkelijk verschil boedelbedrag en aanbod
In het faillissement van schuldenaren is een akkoord aangeboden dat door de meerderheid van de schuldeisers werd aangenomen. De rechter-commissaris rapporteerde echter dat de boedel aanzienlijk meer omvat dan het bedrag dat via het akkoord werd aangeboden, mede vanwege een boedelachterstand van circa € 34.000,- tijdens de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank overwoog dat schuldenaren gedurende de schuldsaneringsperiode en het daaropvolgende faillissement onvoldoende afdrachten aan de boedel hebben gedaan, waardoor de schuldeisers een bedrag van circa € 42.000,- tot € 48.000,- zijn misgelopen. Dit verschil is fors groter dan het bedrag dat schuldenaren nu via derden ter beschikking stellen om het akkoord te effectueren.
De rechtbank oordeelde dat dit verschil aanmerkelijk is in de zin van artikel 153 lid 2 sub Pro 1 Faillissementswet en dat homologatie van het akkoord daardoor niet kan worden verleend. Tevens is onvoldoende gebleken dat andere schuldeisers adequaat zijn geïnformeerd over de niet-afgedragen bedragen. De rechtbank concludeert dat homologatie zou neerkomen op goedkeuring van het ernstig benadelen van schuldeisers en wijst de homologatie daarom af.
Uitkomst: De rechtbank weigert de homologatie van het akkoord wegens een aanmerkelijk verschil tussen het aangeboden bedrag en het bedrag dat bij correcte afdracht aan de boedel had moeten worden voldaan.